Schrijver Dichter Columnist

Eetcultuur

570300-sand-mermaid-portrait.large.jpg

Ons Spaanse hotel werkte met een vaste tafelindeling, inspraak was niet mogelijk en werd bovendien niet op prijs gesteld. Wij kwamen terecht aan een tafeltje met een ander Nederlands echtpaar. Dat pakte goed uit, het was een bijzonder aardig stel. Je moet het maar treffen, voor hetzelfde geld zit je aan tafel met een stel kakkers of een onsympathiek koppel. Als u niet begrijpt wat ik bedoel, dan bekijk uw trouwfoto! De vrouw had een zeer geprononceerde voorgevel, dikke tieten dus, om het maar eens met mijn eigen woorden te zeggen. Misschien wordt het nog duidelijker als ik zeg dat zij haar navel alleen kon zien, als zij voor de spiegel stond. Nu niet weer zeggen dat ik vrouwonvriendelijk ben, het was nu eenmaal zo, ik kan er ook niets aan doen. Bovendien heb ik al gezegd, dat zij bijzonder aardig was. Haar man slofte door zijn leven met slippers aan zijn voeten. Terug naar de vrouw, vrouwen zijn nu eenmaal interessanter! De vrouw had, net als ik, moeite met keurige tafelmanieren. Ik eet de pudding met het vismes en de soep met mes en vork.

Voor de vrouw was het gevolg van haar tafelmanieren, dat er nogal wat voedsel op haar voorgevel terecht kwam. En dat bij iedere maaltijd. Het voedsel moest immers een behoorlijke afstand afleggen van haar bord tot in haar mond. Wat haalde haar mond niet? Dat kon variëren, van een klodder mayonaise tot een hele kippenbout en van een sperzieboon tot een doperwt. En weet u wat nu het vervelende is, je blijft gefascineerd kijken naar zo’n doperwt, je weet nooit welke weg zo’n erwtje kiest. Een flipperkast is er niets bij. Iedere maaltijd ging de vrouw dan ook noodgedwongen met haar servet in de weer om de ergste schade te beperken. Na iedere maaltijd moest zij een andere blouse aantrekken.

Alle mooie dingen gaan voorbij, zo ook deze vakantie. Op de laatste dag strompelde de vrouw, de in de kelder gelegen eetzaal binnen. Voor ik kon vragen wat er mankeerde, zei haar man: “Zij het wat aan haar poot.” Dit zinnetje draag ik voor altijd met mij mee. Raak ik niet kwijt. Bij iedere vrouw die ik zie, die strompelt, die trekt met haar been of een andere beenafwijking heeft, denk ik: Zij het wat aan haar poot. Ook het echtpaar zal ik nooit vergeten!

 Martin Wings