Schrijver Dichter Columnist

Onbenaderbaar

492987-terrace-1.large.jpg

Zij had vier terrasstoelen nodig en het bijbehorende tafeltje. Niet omdat zij zo omvangrijk was, integendeel. Ze was zelfs opvallend slank, geheel in ruimvallend zwart gekleed en met gemillimeterd kort haar. Ze droeg een zwarte zonnebril en rookte een filtersigaret die ze in een sigarettenpijpje had gestoken. Dubbele preventie tegen longkanker? Ze zat kaarsrecht, de sigaret in het pijpje stond waterpas horizontaal. Zelfs de rook verliet volkomen horizontaal haar mond. Op één stoel stond haar zwarte tas, een andere werd ingenomen door haar zwarte jas. Op het tafeltje lag, opvallend en zorgvuldig gedrapeerd een Engelse pocket, opengeklapt, met de cover goed zichtbaar voor voorbijgangers. Dit om te benadrukken dat zij niet van de straat was. De derde stoel werd ingenomen door niet te beschrijven rotzooi, die vrouwen nu eenmaal met zich meezeulen. Door alles een plaatsje te geven, beter gezegd, in te laten nemen, benadrukte zij, dat ze onbenaderbaar was en geen behoefte had aan gezelschap.

Iets verder aan een ander tafeltje zat een man, zijn racefiets had hij meegenomen, het terras op. De fiets stond tegen de stoel waar hij ook op zat. Hij zette zijn ijsmuts af, het was juli. Onder zijn muts kwam een glimmende kale kop te voorschijn. Het was een pezig mannetje, gespierd, een natuurmens, een gezondheidsfreak. Dit bleek uit een boterham van vier centimeter dik, die hij goed kauwend aan het eten was. Natuurlijk bruinbrood, bijna zwart brood. Hij dronk geen koffie maar een vruchtendrank. Hij was niet in rennersoutfit maar had een kaki broek aan, waarvan de pijpen afritsbaar waren. Ook hij straalde uit dat hij liever geen gezelschap had, een individualist, een einzelgänger.

Hoe kan een mens zich vergissen, toen ik na toiletbezoek, terugkwam bij mijn tafeltje, zag ik dat de man en de vrouw nu samen zaten. Aan één tafeltje, druk in gesprek. Met een uitstraling op beider gezichten van: `Wij zijn elkaar aan het versieren.’ Eens te meer werd mij duidelijk dat ik de onbenaderbare, buitenstaander was.

Martin Wings